Thierry Nuttin, directeur Europees Centrum, Brussel:
"Nieuwe klanten zitten in Oost-Europa"
De internationale groente- en fruitsector is volop in beweging. Afnemers worden groter, het eisenpakket idem dito, maar ketens alsmaar korter.
Op welke wijze beïnvloeden deze ontwikkelingen de dagelijkse gang van zaken op het mooiste agf-handelscentrum van het continent, het Europees Centrum voor Fruit en Groenten (ECFG) in Brussel? Het antwoord op die vraag komt van directeur Thierry Nuttin, die duidelijk maakt dat het ECFG zijn vleugels uitslaat, met name richting Oost-Europa.

Europees Centrum behoudt belangrijke functie ondanks directe inkoop retailers
Samen met zijn rechterhand Marion van Cauteren bewaakt Thierry Nuttin de belangrijke kenmerken van het Brusselse invoercentrum en draagt die ook meer en meer uit. Als 'huisbaas' zorgt hij ervoor dat de opvallende rode gangpaden, waarop de verse producten elke dag weer in volle glorie worden gepresenteerd, hun glans niet verliezen en dat het de gevestigde importeurs aan niets ontbreekt. "Onze zorg betreft alles behalve de in- en verkoop van groente en fruit", zo vat Nuttin zijn activiteiten bondig samen. Daar zijn de huidige directeur en zijn voorganger Roger van Boxel kennelijk goed in geslaagd, want in de twintig jaar dat het centrum nu bijna bestaat heeft er nog nooit een magazijn leeg gestaan. "Uiteraard zijn er wel veranderingen, het centrum is voortdurend in beweging. Zeer regelmatig krijgen wij verzoeken om een magazijn, zowel van huidige bewoners die te krap behuisd zijn als van nieuwkomers", stelt Nuttin met tevredenheid vast. "Het Europees Centrum heeft nog niets van zijn glans verloren, integendeel. De volumes en de omzet van de importeurs blijven zich goed ontwikkelen, maar het is wel een feit dat er minder transacties op de werkvloer worden afgesloten. De fysieke aanwezigheid van de kopers vijf dagen in de week 's ochtends vanaf zes uur is minder geworden. Dat is jammer voor de ambiance, maar een logisch gevolg van de veranderende groente- en fruitinkoop."
Draaischijf voor Oost-Europa
Zowel voor de Belgische supermarktorganisaties als voor de diverse agf-grossiers op de groothandelsmarkten in de grote steden is het Europees Centrum aan de Brusselse Werkhuizenkaai het vaste inkooppunt. "Dat geldt ook voor Nederlandse klanten, met name in de Bredase regio, maar tot aan Rotterdam en Amsterdam toe. Verder is de Luxemburgse agf-andel een vaste bezoeker van het ECFG en dat kan tevens worden gezegd van verschillende groothandelsbedrijven in de Keulse agglomeratie", somt Thierry Nuttin op. Kan het door hem genoemde verspreidingsgebied nog worden bestempeld als een logische afzetmarkt voor de Brusselse importeurs, de klandizie uit Oost-Europa mag op zijn minst opmerkelijk worden genoemd. Bijna dagelijks worden er vrachtwagens uit vooral Polen, maar ook Tsjechië en Rusland waargenomen op het handelsterrein.
"De verwachting is dat een groeiend deel van de afzet van 'onze' importeurs naar Oost-Europa zal gaan. Het Europees Centrum fungeert hierbij als draaischijf tussen producenten in Zuid-Europa en op het zuidelijk halfrond en klanten in de voormalige Oostbloklanden," Nuttin heeft ook wel een verklaring voor de belangstelling van deze nieuwe klanten "Een dergelijke concentratie van gerenommeerde importeurs onder één dak is uniek in Europa. Het geeft een klant de zekerheid alles te kunnen vinden, waarbij de prijsvorming wordt bepaald door de marktwerking. Van begin af aan heeft het ECFG ook de reputatie gehad van kwaliteitsmarkt. Een reputatie die niet alleen bekend is bij de afnemers, maar ook bij producenten en exporteurs over de hele wereld."
Internationaal bezoek
Nuttin erkent dat ook de supermarkten in België in toenemende mate rechtstreeks zaken doen met afladers in bijvoorbeeld Zuid-Europa. "Dat betreft hoofdzakelijk grote kwantums van bulkartikelen. Het Centrum blijft daarbij een aanvullende rol spelen. Voor meer gespecialiseerde producten kunnen ook de grootwarenhuizen eenvoudigweg niet om de Brusselse importeurs heen." Desondanks is Nuttin verheugd over de interesse vanuit het oosten van Europa. Sinds enkele jaren wordt er daarom veel energie gestoken in promotie van het Europees Centrum voor fruit en groenten onder deze potentiële klanten. Publicaties in vakbladen, deelname aan vakbeurzen en informatie in het Pools en Russisch zijn onderdelen van die promotiecampagne. Verder worden de werkwijze en de bijzondere eigenschappen onder de aandacht gebracht middels samenwerking met handelsattachés van het Brusselse ministerie van Buitenlandse Handel. Vrij recentelijk is er bovendien een meertalige website gelanceerd. Dat er wereldwijd veel belangstelling bestaat voor de bijzondere werkwijze van het ECFG blijkt uit de regelmatige stroom internationale bezoekers die het handelscentrum in de Belgische hoofdstad aandoet. Daarbij gaat het vooral om vertegenwoordigers van handelsmarkten uit de hele wereld, waarbij de Aziatische landen het sterkst zijn vertegenwoordigd.
Hygiëne vanzelfsprekend
Bijna dagelijks wordt het centrum op hygiëne gecontroleerd door het ministerie van Volksgezondheid. "Logisch, want we stallen hier elke dag op grote schaal verse levensmiddelen uit", vindt Nuttin. "Op gebied van netheid en hygiëne worden wij door velen als een voorbeeld gezien. Ik zie het echter als een vanzelfsprekendheid. Het terrein van het ECFG beslaat in totaal dertien hectare. Dat kun je alleen maar schoonhouden, wanneer je daar een strakke lijn in voert. Wij geven de toon aan, de import- bedrijven moeten die lijn in hun eigen magazijn voortzetten. Het borgen van die aanpak middels een HACCP-certificering beschouw ik daarom als de verantwoordelijkheid van de bewoners. Uiteraard juich ik een dergelijke ontwikkeling toe, maar daar speelt het secretariaat van het ECFG geen rol in", zo luidt de overtuigde mening van de directeur.
Hij is trots op het centrum en straalt dat ook uit. Graag had Nuttin de deuren volgend jaar weer wijd open gezet ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan. Een brand eerder dit jaar aan de zuidkant van de markt gooide echter letterlijk en figuurlijk roet in het eten. "Daar heeft erg veel energie in gezeten. Het afblazen van een opendeurdag betekent overigens niet dat het vierde lustrum onopgemerkt voorbij zal gaan. Al vanaf januari 2001 zal daar regelmatig aandacht aan worden besteed", onthult Thierry Nuttin.
Concentratie van aanbod
De toekomstverwachtingen van de directeur van het Centrum worden gedeeld door Noël van Assche, directeur van importbedrijf O. van Assche, maar tevens vice-voorzitter van het ECFG. Van Assche voorziet een blijvende functie voor het handelscentrum, omdat de klassieke handel in de Benelux nog tamelijk sterk in de markt staat. "In Duitsland, Frankrijk en Engeland is de opmars van de supermarkt veel sneller gegaan dan in België. Daar komt bij dat het inkooptraject ECFG, groothandel, groenteman het in de praktijk mogelijk maakt dat producten die 's ochtends vroeg nog op de markt lagen, 's middags al in de winkel te bewonderen zijn." Van Assche ervaart dagelijks dat ook de supermarkten niet alles rechtstreeks geleverd kunnen krijgen en derhalve dankbaar gebruik maken van de kracht van de importeurs in Brussel.
In tegenstelling tot de Nederlandse groenten- en fruithandel is de Belgische sector nog altijd niet beland in een fase van fusies en overnames. Noël van Assche noemt de concentratie van het aanbod in België als één van de redenen. "Negentig procent van het importassortiment is al gebundeld op één locatie in Brussel. Ook het aanbod van Belgische groenten is met nog maar twee grote veilingen duidelijk gecentreerd. Overnames zijn derhalve niet noodzakelijk om tot een bundeling van het aanbad te komen. In Nederland ligt dat,veel meer verspreid en dat is een nadeel voor de traditionele handelsbedrijven. Je ziet niet voor niets dat die steeds meer naar Brussel trekken. Hier beginnen we vroeg, zodat kopers snel kunnen inspelen op de marktsituatie van de dag", zo besluit Van Assche.

